HGA: hoe werkt het?


Het arrangeren gebeurt op school, tijdens een multidisciplinair overleg (MDO). Bij aanmelding voor het MDO vermelden leerkracht, IB’er en ouders samen hun vragen en welke discipline(s) uit de pool zij nodig denken te hebben om deze te beantwoorden. Zij vullen het ‘groeidocument’ – voor zover mogelijk – in met trefwoorden. Naast informatie over de leerling, school- en thuissituatie, omvat dit vragen als: Wat is de aanleiding voor deze bespreking? Wat gaat goed en wat moeilijk? Hoe zou dat kunnen komen? Welke doelen streven betrokkenen na en welke oplossingen hebben school of ouders zelf al bedacht? En wat verwachten de school en ouders van deze bespreking? Ook de leerling zelf is bij de aanmelding betrokken. Hij of zij vult het formulier ‘Hoe denk jij erover? in. Tijdens het MDO fungeert het groeidocument als gespreksleidraad en daarna dient het tevens als verslag van de bespreking en (indien nodig) als verwijzingsdocument voor S(B)O of jeugdhulp: vier functies in één document.

Een MDO verloopt gestructureerd; van overzicht (wat gaat goed en wat moeilijk?) en inzicht (hoe zou dat kunnen komen?) naar uitzicht (welke doelen willen we behalen en hoe?). Gedurende de eerste stappen van de bespreking geldt als motto: zoek naar kansen en mogelijkheden. Denk doelgericht, optimistisch, creatief en oplossingsgericht. Wat is wenselijk? De laatste stappen gaan over haalbaarheid en worden met een realistisch-optimistische houding gezet.

Met passend onderwijs wordt de open eind financiering vervangen door budgetfinanciering. Dit biedt de kans om flexibel onderwijs(jeugdhulp)arrangementen (O(J)A’s) toe te kennen: hoe meer extra begeleiding nodig is, hoe meer uren ondersteuning.  Zo krijgen minder kinderen een label. De leerlingen die een O(J)A nodig hebben worden op school, laagdrempelig en snel begeleid via het MDO. Hieraan nemen deel: leerkracht, IB’er, ouders en één of meer externe deskundigen uit de ‘bovenschoolse pool’. In deze pool is de bovenschoolse onderwijsondersteuning gebundeld en aangevuld met hulpverleners uit CJG en jeugdhulp. De inzet vanuit deze pool is flexibel en op maat, afhankelijk van de vraag van school en ouders: monodisciplinair als het kan; multidisciplinair als het moet. Indien nodig vindt handelingsgerichte diagnostiek (HGD) plaats, direct vanuit het MDO.

De begeleiding wordt daar geboden waar die nodig is: in het primaire proces op school. Ambulant begeleiders kunnen bijvoorbeeld meedenken over de aanpak, hoe deze op te nemen is in het groepsplan en te realiseren in de groep. Bovenschoolse expertise komt zo de school in. Het schoolteam en meerdere leerlingen profiteren ervan. En een CJG-er kan bijvoorbeeld met ouders meedenken over de ondersteuning die zij nodig hebben en hoe die te realiseren is. Door met één of meer deskundigen uit de ‘pool’ samen te werken, zijn de lijnen kort en hebben school en ouders met zo min mogelijk verschillende professionals te maken.

Een Onderwijsarrangement (OA) of Onderwijs-Jeugdhulparrangement (OJA) omvat de activiteiten die nodig zijn om de vragen van school of ouders te beantwoorden en de gestelde doelen te bereiken. Het kan bestaan uit diagnostische activiteiten of begeleiding door deskundigen uit de ‘pool’, zoals:

  •      Onderzoek, observatie of gesprek door een ambulant begeleider, onderwijsspecialist van het S(B)O of de OBD (lees-, dyslexie-, reken-, dyscalculie- of gedragsspecialist) of een schoolmaatschappelijk werker;
  •      Handelingsgerichte diagnostiek door een schoolpsycholoog/orthopedagoog of hulpverlener uit de jeugdhulp;
  •      Begeleiding van kind, leerkracht, IB’er of ouders door één of meer van deze poolsdeskundigen;
  •      en/of uit geld voor specifieke middelen, zoals een speciale tafel of aanpassing van de omgeving voor een rolstoel.

Indien gedurende een begeleidingstraject blijkt dat het regulier onderwijs een kind met specifieke pedagogisch/didactische onderwijsbehoeften niet het ondersteuningsarrangement kan bieden dat het nodig heeft (ook niet met extra bovenschoolse ondersteuning), kan een (kortdurende) speciale onderwijssetting (zoals SBO of SO) meerwaarde hebben.

Er loopt een pilot met handelingsgericht arrangeren op twintig scholen. De handelingsgerichte MDO’s worden inhoudelijk geëvalueerd door de CED-groep. Uitkomsten uit het eerste pilotjaar zijn onder andere dat de MDO’s:

  •      korte lijnen en transparante procedures realiseren;
  •      flexibele arrangementen / OJA’s in natura realiseren;
  •      bereiken dat bij meer onderwijs-ondersteuningsbehoeften, er meer ondersteuning wordt geboden op school en thuis;
  •      handig en zinvol werken door samen één formulier (groeidocument) te gebruiken;
  •      en dat scholen en ouders erg tevreden zijn met deze manier van werken

Volgens het onderzoek slagen de MDO’s er nog onvoldoende in om bovenschoolse expertise de groep in te brengen, slagen ze er nog niet in om de doelen van OJA’s te evalueren en kan de leerling actiever worden betrokken bij het formuleren van een O(J)A. Infinite monitort de bedrijfseconomische aspecten, waaruit blijkt dat de werkwijze betaalbaar is.