Handelingsgericht arrangeren


Toewijzing van onderwijs- en jeugdhulparrangementen, op basis van de behoeften van kind en opvoeders. Dit voorbeeld van een scenario voor ondersteuningstoewijzing is ontleend aan Samenwerkingsverband Unita (27.09, voorheen Annie M.G. Schmidt en Het Gooi en omstreken), dat 119 scholen omvat, inclusief SBO en SO-cluster 3. Het samenwerkingsverband heeft te maken met tien gemeenten in de Gooi- en Vechtstreek.

Bij handelingsgericht arrangeren heeft elk opvoedingsdomein een plaats: onderwijs, gezin en vrije tijd. Alleen vanuit dat principe is het mogelijk om ‘één kind één plan’ te realiseren. Het arrangeren is dus integraal en handelingsgericht. Dat wil zeggen: niet alleen uitgaande van kindkenmerken, maar vooral vanuit de behoeften van de leerling en de behoeften van diens leerkracht(en) en ouders. Dit proces wordt beschreven vanuit het domein van het onderwijs.

Bij handelingsgericht arrangeren werken de instellingen die betrokken zijn bij de opvoedingsdomeinen onderwijs, gezin en vrije tijd samen om volgens de uitgangspunten van handelingsgericht werken al dan niet gecombineerde onderwijs- en jeugdhulparrangementen toe te kennen. Bij deze vorm van arrangeren werken alle professionals vraaggericht: wat is voor dit kind – gezien de doelen die we willen bereiken en aansluitend bij diens behoeften – het best passende onderwijs-arrangement (OA) of onderwijs-jeugdhulparrangement (OJA)?

Het handelingsgericht arrangeren bouwt voort op het handelingsgericht werken op scholen en de zeven uitgangspunten daarvan.

  1. Doelgericht werken: doelen voor het kind (leren, werkhouding en sociaal-emotioneel functioneren), het onderwijs en/of de opvoeding worden geformuleerd en systematisch geëvalueerd.
  2. De onderwijs- en opvoedbehoeften van kinderen staan centraal; wat hebben zij nodig om deze doelen te behalen?.
  3. Het gaat niet alleen om het kind, maar om het kind in wisselwerking met zijn omgeving (school, gezin, vrije tijd).
  4. Het is de leerkracht die ’t doet! (naast de ouders). Wat zijn hun ondersteuningsbehoeften; wat hebben zij nodig om dit kind het onderwijs (en de opvoeding) te bieden die het nodig heeft?
  5. Positieve en stimulerende kenmerken van kind, leerkracht, groep, school en ouders zijn, naast belemmerende aspecten, van groot belang.
  6. Samenwerking tussen leerkracht, leerling, ouders, interne en externe begeleiders vergt constructieve communicatie. De trajectbegeleider is hierbij een belangrijke schakel.
  7. De werkwijze is planmatig: systematisch, in stappen en transparant.